Danny Use: Een leven voor bonsai.

Tekst geschreven in 2003, dus 17 jaar geleden. Dus telkens extra 17 jaar bijtellen in het verhaal.

Het begon allemaal met twee vrienden zo rond hun twintigste… Ikzelf had voor het eerst mooie bonsai gezien op de Gentse Floraliën waar de Japanners en de Chinezen toen nog eigenhandig hun bomen kwamen opstellen om ze nadien in Europa achter te laten. Jo, pas afgestudeerd als tuinbouwingenieur, werd als hoofd van de Wetterse Plantsoen- en Begroeiingsdienst al snel het ambtenarenleventje gewoon en had dus een zee van vrije tijd. We trokken veel samen op, zowel om pinten te drinken als om op mijn pas opgestarte kwekerij zoveel mogelijk rariteiten van plantensoorten te verzamelen. En allebei hadden we thuis “bonsai”…

Ik praat hier nu over pakweg zeven- à achtentwintig jaar geleden. Jo had er een stuk of tien in de voor die tijd meest courante soorten: zelkova, larix, salix, berk, enz… Bij mezelf was het – gezien ik toegang had tot het grootste plantenassortiment dat toen voorhanden was – nogal logisch dat ik er van iedere soort minstens één in een platte schaal of pot had staan. Ik heb nog foto’s van toen, en het leek allemaal zo simpel. We wisten zo weinig en waren zò gelukkig, en we geloofden er vast in dat dit bonsai was of toch ging worden. Intussen had Eugène Van Herreweghe – ook een boomkweker uit het Wetterse – zich als liefhebber aangediend, en ook hij was op zijn kwekerij bezig met experimenten met ‘kromme boompjes.’

Een paar jaren later verspreidde zich het gerucht als zou er een vereniging worden opgericht onder de leiding van een mevrouw uit Aalst. Eugène trok daar heen en kwam terug met de boodschap dat het “allemaal stadsvolk was met grote kloten en veel lawijt, maar ze doen niks meer dan wat ik thuis al doe.”

Beiden – Jo en Eugène – hebben nu nog altijd hun bomen uit die tijd, maar bonsaiisten zijn ze nooit geworden, al evenmin als dat hun planten echte bonsais geworden zijn, ondanks hun toegewijde snoei en watergift. We hebben er toen samen veel tijd ingestoken omdat we het toch allemaal wel boeiend vonden, maar er was geen lectuur voorhanden, en geen gepast werkmateriaal.

En dan plots groot nieuws… Henri Braeckman (†) moest planten exporteren naar Duitsland en kwam op mijn kwekerijtje terecht waar ik toen tuinplanten kweekte voor tuincentra e.d. Het was intussen in het Wetterse immers al bekend geworden dat den ‘kleinen Use’ (want zo noemden ze me toen) met BONZAI (met een Z) bezig was, en Henri Braeckman kwam bij mij aanzetten met de vraag of ik het Bonsai Zentrum Heidelberg kende…? Neen, daar had ik nog nooit van gehoord. Henri had een aanvraaglijst bij van plantensoorten die ze in dat Duitse bonsaicentrum wilden verkopen. Ik was er bij toen Paul Lesniewicz – de stichter van Bonsai Zentrum Heidelberg – zijn aankopen van startmateriaal kwam doen, en ik hoorde hoe het daar allemaal in zijn werk ging.

Nog geen vijf dagen later stonden de drie musketiers (Jo, Eugène en ikzelf) op Duitse bodem… “Waauw, wa es da hier allemaal… hedde gij geld mee… nie genoeg, peinzek… en as we teupleggen…? Weet je wat, we kijken hier een dag rond en komen dan volgende week terug!” In die tijd was 600 kilometer heen en 600 kilometer terug voor de fun wel een gekke zaak, maar daar stonden we helemaal niet bij stil.

De ganse daaropvolgende week was ik doodzenuwachtig. Het spookte door mijn hoofd dat het onmogelijke nu toch waar leek te worden. Ze hadden daar vele soorten scharen en tangen, en dunne draden, en boeken, en potten, en bomen, en grond, en steentjes om in de potten onder de bomen te steken, en, en, en… “Hoeveel geld heb ik?” Ik heb toen zeker alles wel twintig keer nageteld, en alles wat ik kon missen stak ik op zak. Op de grote dag stonden we om vijf uur ’s ochtends met ons drieën klaar om te vertrekken en ontspon zich volgend gesprek:

  • Eugène: hoeveel hedde gij mee?
  • Ik: nog geen tienduusd
  • Eugène (fier): ikke twintig
  • Jo: mijn wijf slaat mij dood als ze weet da’k ‘nen groenen’([1]) uit het schof heb gehaald

([1]) In die tijd een briefje van 5.000 frank (nu 125 Euro)

We kwamen bij Bonsai Zentrum Heidelberg aan rond tien uur in de voormiddag, en we waren er de eerste klanten (met het geld in de broekzak een een zwetende hand die het daar krampachtig bijeen neep).  Als kleine kinderen die voor het eerst naar de kermis mogen begonnen we aan onze ontdekkingstocht. Wat hadden we eerst nodig? Je kon dingen horen als “… kijk, ne koperen gieter… vrië wijs godver… wa kost da…?  miljaar… ‘k ga eerst eens kijken naar de bonsais… da’s ne schonen, en zie hier ne keer, diene pinus… amaai, ze kloppen er hier ook nie naast met hun prijzen… en hoeveel is da in Belgische frank… ja zeg, wa komen wij hier eigenlijk doen, seffens moeten we nog naar Wetteren terugkeren met Henri Braeckman zijn planten…”

We begonnen dan toch met onze centen te beleggen in werkmateriaal. De dame van dienst adviseerde ons zo goed ze kon, maar het bleef toch bij beginnersmateriaal: een korte schaar en een concaaftang (de draad zouden we wel doorknippen met iets wat we thuis liggen hadden), draad in vijf verschillende diktes (een klein pakje van elk), een klem (die kocht Jo hoewel hij de uitleg niet goed begreep), enkele boekjes (“…niks in ‘t Vlaams zeker? Zot, ge zijt hier wel in Duitsland! Kunde gij da lezen? Bah nee, maar wel naar de prentjes kijken…”). En zouden we grond meenemen? “Gij zijt zot zeker, d’er zit bijkans niks in zo’n zakske en da kost drei Duitse Marken, da’s zestig frank!!!” Kortom, samen lieten we daar ca. vijfentwintigduizend frank achter, en we keerden naar Wetteren terug met enkele zakjes en een kartonnen doos met werkmateriaal, maar ook met de rotsvaste overtuiging dat we het vanaf nu allemaal wel zouden redden. We besloten om vanaf dan samen aan de bonsais te werken; er stonden immers mooie voorbeelden in de Duitse boekskes. De Duitse bonsaiclub bestond toen al vijf jaar!

Een achttal maanden later ging ‘het’ gebeuren. Door veel mondreklame en dankzij de via-via-tamtam kwam op een goeie dag een groepje geïnteresseerden samen in het houten kantoortje van mijn kwekerij in Massemen (nabij Wetteren), en we waren gestart… De prijzen van de planten varieerden toen tussen de 75 en de 100 frank, en heel uitzonderlijk zat er al eens eentje tussen van 250 frank. Een paar knippen hier en daar, en dan moest het plantje weer groeien. Onze draad was snel opgebruikt, maar we hadden intussen ook vernomen dat er in Nederland ook iemand met bonsai was begonnen, en daar vonden we in de verwarmde serres vol met kamerplanten een hoekje met enkele pinussen en juniperussen (bij + 20°C). Maar ze hadden er ook draad, en we waren gered. En in datzelfde jaar schoot in Parijs een bedrijf uit de startblokken dat kort nadien al een bonsaiboek uitgaf in het Frans; de informatie leek nu toch goed los te komen. En wij, wij hadden in onze groep nu elk al wel vijftig “bonsai” staan.

Ik bleef ondertussen mijn werk van planten kweken en tuinen aanleggen gewoon verder doen. Maar al enkele jaren had ik een heel interessante relatie met een oude Wetterse boomkweker die de geschiedenis van bonsai door en door kende, namelijk Gabriël Braeckman: een welbelezen man, een wereldreiziger ook die steeds op zoek was naar nieuwe planten, en in zijn glorietijd een groot tuinkunstenaar. Twee tot drie avonden per week (vooral winteravonden) ging ik bij hem zonderlinge planten uitzoeken, en vooral deze afkomstig uit Azië waarover hij me dan veel kon vertellen. De man was danig onder de indruk van het feit dat een jonge knaap als ik blijkbaar maar in één ding geïnteresseerd was: bonsai! In zijn (antieke) boekenkast stonden tuinboeken van over de hele wereld en in alle talen, maar het waren de zwart-wit foto’s van zijn creaties die het haar op mijn armen deed rechtkomen. Gabriël Braeckman voelde dat mij dit alles enorm interesseerde, en hij begon mij les te geven over het gebruik van zeldzaam gegroeide vormen in de tuinen. Hij toonde mij zijn creaties op de Gentse Floraliën, beschreef het idee achter het Gentse stadspark, enz… En op een dag haalde hij een Japans bonsaiboek vanonder het stof en gaf het mij cadeau. Ik heb dit boek nog steeds. Er staan bijvoorbeeld foto’s in van een jonge Saburo Kato, van een piepjonge Kaneko, en van nog meer van die (latere) bonsaigrootheden.

Ik ben met Gabriël steeds in nauw kontakt gebleven, tot aan zijn dood. Ik herinner mij bijvoorbeeld de eerste driedaagse tentoonstelling door onze bonsaigroep, waarop hij iedere dag als eerste bezoeker verscheen. Voor het eerst, in al die jaren dat we dan al samen bezig geweest waren met planten en het plaatsen van stenen enz., overhan-digde hij mij een brief, samen met een zeer oud Chinees boek over bonsai. Zijn originele handge-schreven tekst (zie afbeelding hieronder) legde voor mij de basis van wat ik nu ben… Ik besefte toen nog niet dat ik al die jaren een belangrijke leermeester had gehad, die ver op zijn tijd vooruit was en altijd heel streng was op esthetische fouten. Toen hij mij voor de laatste keer met een bezoek vereerde, had ik al mijn eerste bonsaiwinkel in Kwatrecht bij Wetteren.

Mijn grootste kennis heb ik natuurlijk overgeërfd van mijn vader, en strenger dan hij was kon gewoon niemand zijn. Op de kwekerij van mijn ouders draaide alle activiteit altijd rond hetzelfde thema: kwaliteit. Wat geen of onvoldoende kwaliteit bezat, mocht daar gewoon niet blijven groeien. Al van mijn grootouders uit ben ik dus opgegroeid in een wereld waarin het normaal was om planten te laten groeien.

Al deze ervaringen zorgden er voor dat mijn stappen in de bonsaiwereld succesvol verliepen. Ik gebruik nu nog – zoveel jaren later – technieken die mij toen zijn aangeleerd. Vooral de zorg die men moet besteden om een product, eens men weet dat het goed is, afgewerkt te krijgen, is mij het meeste bijgebleven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s